Jessica doet voorzichtig de deur open en luistert of ze geluid hoort. Ze probeert haar ademhaling onder controle te houden, maar toch voelt ze haar hart met flinke doffe klappen in haar keel bonzen als ze opeens stemmen hoort.
Ze luistert nog eens goed en hoort ook een luid applaus. Dat betekent dat de tv aan staat. “Wat is hier in vredesnaam aan de hand” denkt ze bij zichzelf en stormt ineens de woonkamer in.
“Achelos? Wat doet jij hier?” Jessica ziet haar vader op de bank zitten en de tranen beginnen over haar wangen te biggelen. Ze had haar vader immers al maanden niet meer gezien.
“Sorry pop. Ik wilde je niet laten schrikken, maar ik moest toch in Nederland zijn en kon niet wachten om je te ontmoeten. Je vind het toch niet erg?” Jessica omhelst haar vader en ze raken diep in gesprek over alles wat ze hebben beleefd.
Als het op een gegeven moment twee uur in de nacht is kijkt Achelos wat bedenkelijk uit zijn ogen en Jessica vraagt zich af wat hij verbergt. Op het moment dat Jessica wil vragen wat Achelos op het hart heeft begint hij al te praten. “Het is misschien een raar verhaal, maar ik heb het vermoeden dat je nog een broertje hebt.”
Jessica denkt even na en vraagt hoe haar vader bij die onzin komt.
“Nou het stomme wil dat ik toevallig op internet aan het surfen was en zag dat iemand op zoek was naar zijn biologische moeder en daarbij stond de volledige naam van jou moeder en het dorp waar zij vandaan kwam. Je moeder kwam uit een dorp met tienduizend bewoners dus de kans was klein dat ze het niet was. En zodoende heb ik contact met haar gezocht.”
Op een gegeven moment begint het voor Jessica toch een beetje duidelijk te worden en beseft dat er dus waarschijnlijk een halfbroer rond loopt. “Maar wat wil jij daar dan aan doen?” vraagt Jessica dan aan haar vader.
“Ik werd gevraagd of ik voor mijn werk in Nederland wat mensen wilde begeleiden en dat kwam voor mij eigenlijk als een geschenk uit de hemel. En dit verhaal zit mij immers toch niet lekker.” antwoord Achelos en kijkt ondertussen uiterst ernstig naar Jessica.
Rond vijf uur besluiten ze om maar eens te gaan slapen, want om half acht gaat de wekker van Jessica weer. Terwijl Jessica in bed ligt denkt ze nog even terug aan die gekke avond bij Jo en het verhaal van haar vader, waarna ze binnen tien minuten in een diepe slaap raakt.
Als Jessica ’s morgen met wallen onder haar ogen op haar werk verschijnt komen uit verschillende hoeken al de nodige opmerkingen die allemaal gericht lijken te zijn op haar verhouding met Jo. Jessica heeft absoluut geen zin in deze flauwe grappen en vraagt of ze willen stoppen met die opmerkingen en voegt eraan toe dat ze niets met Jo heeft.
Tijdens de lunch is Jessica al aardig bij getrokken en merkt op dat Jo niet aan het werk is. “Ze zal het wel gezellig hebben gehad” denkt ze bij zichzelf.
Jessica loopt even naar buiten en belt haar vader op om te vragen wat hij aan doen is.
“Hoi pappie. Hoe gaat hij nou met je?” vraagt ze aan Achelos, waarop hij aangeeft dat hij in Annen is.
Annen is het dorp waar Achelos vroeger de moeder van Jessica heeft ontmoet en Jessica ook haar eerste jaar heeft doorgebracht.
“Nou spannend hoor. Je houd me wel op de hoogte hé? Wat ik vind het wel heel apart hoor.” zegt Jessica nog en sluit het gesprek met een lieve groet.
De uren kruipen voorbij en Jessica is blij als ze op een gegeven moment eindelijk naar huis kan. Nog even voor ze haar werk verlaat stuurt ze haar vader nog een sms om te vragen of haar vader mee eet.
Hij geeft aan niet te weten of hij op tijd in Amsterdam is, maar wel graag nog een nacht bij haar wil verblijven.
Jessica vind het geen probleem en is allang blij dat ze haar vader nog een dag kan zien.
Rond een uur of acht staat Achelos voor de deur en vliegt Jessica haar vader in de armen.
Eenmaal binnen maakt Jessica een kopje espresso met Grand Marnier voor haar vader.
“Hoe was het vandaag?” vraagt Jessica nieuwsgierig. Achelos steekt van wal en verteld dat hij nog best veel mensen heeft gesproken die hij nog kon van vroeger, maar over die tijd wisten de meeste de mensen niet zoveel helaas.
“Maar toen jij bij tante Mar woonde ben jij toch een tijdje met een Peter Schop omgegaan?” vraagt haar vader opeens uit het niets.
“Ja pap. Dat zou jij toch wel moeten weten. Dat was mijn eerste vriendje waar ik bijna drie jaar verkering mee heb gehad. Hoezo dan?”
Haar vader verteld dat iedereen zich nog wel kon herinneren dat Peter en Jessica veel samen gezien werden, maar dat het met Peter niet zo goed gaat. Achelos weet te vertellen dat Peter last heeft van een kwaadaardige tumor in de keel met uitzaaiingen naar de botten, maar het onderzoek loopt nog en hij wordt binnenkort waarschijnlijk behandelt.
Een flinke rilling loopt over het lichaam van Jessica en ze begint te huilen. “Sorry schat, ik had mij niet gerealiseerd dat jij verkering met hem hebt gehad. Zal ik anders morgen even achter zijn contact gegevens aan gaan?” vraagt Achelos en probeert haar ondertussen te troosten.
“Jezus Christus wat een kutzooi. Zou hij het overleven? Ik heb het nummer van zijn ouders nog, dus ik bel morgen zelf wel even.” zegt Jessica en veegt de tranen van haar wangen. Achelos zegt dat ze dan beter nu kan bellen, want het is pas half negen en anders kan ze toch niet slapen.
Jessica zoekt het nummer op en toetst stevig bibberend het nummer in en brengt de hoorn naar haar oor.
Wordt vervolgd.