De herfst is aangebroken en met de gure kou op mijn wangen voel ik de warmte van de laag hangende zon op mijn hoofd. Terwijl ik een beetje waggelend door de losse bladeren op de grond schuifel zie ik je ineens aankomen op de fiets.
Je bent zichtbaar goed in je hum en met een grote glimlach op je gezicht fiets je triomfantelijk mijn kan op. Even lijk ik voor mijn gevoel te verstijven en een beetje ongemakkelijk probeer ik nonchalant door te lopen, maar de adrenaline giert door mijn lijf.
Wat is er aan de hand en wie ben jij eigenlijk. Ik weet wel wie je bent hoor, maar ik durf je eigenlijk niet zo goed te benaderen. Het is gevoel van zo dichtbij en toch zo ver weg. Maar ik weet ook wel dat wanneer je je mond houd de spijt je achtervolgd.
Ondertussen kom ik weer terug op aarde en je bent nu heel dichtbij. Je kijkt me aan en met je mooie glimlach begroet je mij. Ik begin een beetje te blozen en knik terug.
Jezus wat ben ik toch ook een ongelofelijke loser. Nu had ik de kans om eindelijk een beetje aandacht te trekken en dan reageert ik als een zombie. En wat maakt het nou uit? Het is maar een groet, daar zal je zelf ook niet eens wat achter zoeken.
Eenmaal thuis besluit ik je bericht te sturen en ik weet niet precies wat erin moet staan, maar met een leuke opmerking probeer ik dan toch contact met je te zoeken.
En met succes, want het duurt nog geen dag en ik heb alweer een bericht terug.
Mijn verbazing slaat op hol als ik hoor dat jij mij ook al veel eerder had gezien en eigenlijk dacht dat ik allang bezet was.
Wauw het heeft lang geduurd, maar het is het dubbel en dwars waard geweest. Ik had nooit verwacht dat ik zo gek op iemand zou kunnen zijn als op jou. En ik denk dat wat wij nu samen hebben eigenlijk niet meer stuk kan.
Helaas zijn dromen bedrog, maar beter mooie dromen dan dan sombere gedachten.
Wat is de herfst dan toch mooi.
Liefs Arvid