Lieve Jessica, ik heb gehoord dat je contact hebt gehad met mijn moeder vanwege mijn ziekte. Het bizarre is dat ik jou al bijna de hele week in mijn hoofd heb en ik al geen grip kon krijgen op de reden.
Afhankelijk dacht ik nog dat het te maken heeft met de gedachte dat dit misschien wel heel erg definitief zou kunnen zijn.
Ik heb gemerkt dat de afgelopen jaren voorbij zijn gevlogen terwijl alles zo logisch en vanzelfsprekend leek. Na mijn MEAO ben ik gaan werken en ik heb een leuke baan bij ons in het winkelcentrum als filiaalhouder van een sigarenwinkel. Ook ga ik nog steeds met Patricia en we vieren binnenkort dat we alweer 11 jaar samen zijn.
Het is jammer dat we door deze klote ziekte elkaar weer vinden en je zal vast wel willen weten hoe ik er aan toe ben. Om je alvast een beetje voor te bereiden kan ik je alvast het volgende vertellen.
Ik had in eerste instantie al wat last van pijn aan mijn oren, maar min dokter kon daar nog geen logische oorzaak van vind tot ik laatst een bobbel in mijn keel voelde en toen dachten we alsnog eerst aan een opgezette klier totdat ik ineens ook een bobbel in mijn mond voelde en naar de tandarts ging om dit te laten bekijken.
Ik dacht namelijk dat mijn verstandskies door kwam en daar een ontsteking was ontstaan.
Maar de tandarts verwees mij al meteen naar de KNO arts en die heeft wat weefsel laten onderzoeken waar uit kwam dat ik ziek was.
Als het goed is krijg ik vlak na de kerst mijn eerste chemo en als die aanslaat is het goed, maar anders wordt het ontzettend spannend.
Maar hoe is het met jou? Heb je een leuke vriend, kinderen, baan? En waar hang je tegenwoordig uit? Ik had al begrepen dat je in ieder geval niet meer hier in de buurt woont. Toch wil ik je zeggen dat je uiteraard altijd welkom bent als je een keer langs wilt komen. Ik ben in ieder geval blij verrast dat ik weer contact met je hebt.
Ik hoop je snel een keer te kunnen spreken.
Liefs Peter en Patricia
—EINDE EMAIL—
Terwijl bij Jessica een traan de weg naar haar mond vind neemt je nog een slok van haar wijntje en begint flink te snikken.
Nadat ze haar derde zakdoek vol gesnotterd heeft zet ze haar cd van Nina Simone op.
De muziek maakt Jessica rustig en ze staart een ogenblik voor zich uit.
Ineens realiseert Jessica zich dat het allemaal erg relatief is wat je mee maakt op deze aarde.
Waar ze zich eerst nog druk maakte over de verjaardag waar ze werd afgewezen zit ze nu met een zeer zieke vriend van vroeger.
Jessica trekt het even niet om nog langer thuis te zitten en besluit even een rondje buiten te gaan lopen. Ze kleed zich warm aan en verlaat haar appartement. Eenmaal buiten gekomen loopt ze richting het park wat niet ver bij haar huis vandaan ligt. Het is erg koud en ze voelt dat haar oren beginnen te prikken. Als ze langs de vijver in het park loopt krijgt ze het idee dat ze gevolgd wordt en ze probeert voorzichtig wat sneller te lopen. De persoon achter haar begint ook sneller te lopen en Jessica krijgt ineens een enorme kippenvel en ze besluit stil te gaan staan. De voetstappen komen zeer snel dichterbij en dan voelt ze ineens voelt ze een stevige hand die haar beet pakt.
Wordt vervolgd.